Oma

Mirjam zat aan het bed van haar oma op de verpleegafdeling van het verzorgingscentrum waar oma woonde. Het was een lange middag waken bij haar zieke oma. Oma dommelde regelmatig een beetje in en zocht Mirjam afleiding door met haar mobiele telefoon, haar mail te checken en op Facebook te kijken. Het seintje dat er een berichtje binnenkwam, maakte oma weer wakker.
“Ach Mirjam, kind toch”, zuchtte oma diep, “ Wat doe je toch allemaal met dat apparaatje. Tegenwoordig is alles zo anders, overal waar je loopt zie je mensen knopjes indrukken. Op computers, op hoe heten die dingen nu, mobiele telefoons. Een telefoon hadden we gewoon aan de muur hangen en als we niet thuis waren, kon niemand ons bereiken. Mensen schrijven geen brieven meer. Wij hadden dat allemaal nog niet en eigenlijk ben ik daar blij mee”. Oma sloot haar ogen weer. Toch kon Mirjam de vraag niet inhouden. “Oma, hoe heb jij opa eigenlijk leren kennen, hoe kregen jullie verkering?”
Oma opende haar ogen, die ineens verrassend helder leken. “Hij was de zoon van Jan, die altijd aardappelen kwam kopen. Ze hadden ook een boerderij maar dan moet koeien en varkens. Henk wilde de boerderij van zijn vader overnemen, maar zijn vader vond dat hij zijn school eerst af moest maken. Om een centje bij te verdienen kwam hij vaak de aardappelen voor zijn vader halen. Vanaf de eerste keer dat ik hem zag maakte mijn hart een sprongetje.” Een zachte glans verscheen op haar gezicht.

“Omdat zijn vader slechter ter been werd moest Henk meer taken van hem overnemen. Daardoor kwam het dat hij bij ons moest komen om aardappelen op te halen. Hij deed het graag en zonder morren. Zo kwam het dat we steeds vaker naar elkaar stonden te gluren. Ik moest moeder helpen in de keuken en keek zo recht naar de deur van de schuur waar vader de aardappelen opsloeg. Ik weet het nog zo goed, mijn wangen gloeiden en mijn handen trilden als ik op dinsdagmiddag het hek hoorde piepen. Hij kwam altijd op dezelfde tijd”.
Oma zuchtte weer. “Op een dag kwam hij niet, uren heb ik uit het raam staan staren. Moeder probeerde me bij de les houden door over koetjes en kalfjes te babbelen maar ik luisterde niet echt. Waarom was hij vandaag niet gekomen, ik miste hem terwijl ik nog nooit een woord met hem gesproken had. Later kwam vader thuis, ik weet nog precies wat we aten. Erwtensoep. Ik weet dat zo goed omdat ik in mijn blijdschap de soep heb omgestoten, over mijn nieuwe jurk heen. Wat was moeder boos. Net toen ik een hap van mijn soep wilde nemen greep vader in zijn borstzakje en haalde er een verfrommeld papiertje uit”. “ O ja Marietje, zei hij, de broer van Jan, van die melkboerderij aan de dijk wat verderop heeft me gevraagd dit aan jou te geven, ik geloof dat het van zijn neef afkomt. Ik pakte het briefje aan dat mijn vader me gaf en probeerde rustig te blijven, ook toen ik de warme soep over mijn jurk kreeg. Gelukkig kwam het niet op het briefje. Eindelijk was alles opgeruimd en opgegeten en kon ik naar boven om het briefje te lezen.”

Oma boog opzij naar haar nachtkastje en rommelde wat in de lade, pakte haar portemonnee en een vergeeld verfrommeld briefje kwam tevoorschijn. Het briefje ging overal mee naar toe. Ze gaf het aan Mirjam die het briefje hardop las.
“Lieve Marietje, ik zie je nu al wekenlang en nog nooit heb ik zo’n schone dame gezien. Ik zou je zo graag beter willen leren kennen. Toen ik je zag wist ik meteen; dit wordt mijn vrouw. Laten we afspreken zodat we kennis kunnen maken en ik je vader om je hand kan vragen. Liefs, Henk.”
In de linkerhoek stond een klein kuikentje en in de rechterhoek een hartje getekend. Een traan gleed over oma’s wangen. “Waarom gaan de beste mensen altijd als eerste heen. Wat heb ik van die man gehouden, en wat hield die man van mij”.
“Ik mis hem zo, ik wil zo graag naar hem toe.” Oma sloot opnieuw haar ogen.

Vier dagen later stond Mirjam snikkend aan het graf. De dominee las een stuk voor uit de bijbel terwijl Mirjam compleet op ging in de bloemenkrans in haar handen. Witte lelies, samengebonden op een krans met in het midden een groot hart. Heel klein, midden in het hart een kuikentje, weggestopt. Speciaal voor oma. Met een laatste teder gebaar legde ze de bloemen op het hoopje zand naast het graf. Op het lint stond geschreven; Omalief, terug bij haar lief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *