De angst voorbij

De angst voorbij
De vloer kraakte zachtjes toen Manon het terras opkwam. Het waaide, de bladeren van de bomen rondom het huisje bewogen met de wind mee die verkoeling bracht. De houten deuren stonden uitnodigend open. Op het terras stonden prachtige palmen in grote potten. Twee lege glazen op de tafel buiten, oranje kussentjes in de witte stoelen, het zag er allemaal bewoond uit. Toch was het angstaanjagend stil.
Manon keek naar het houten huis, de luiken voor de ramen waren dicht, de open deur, een scheve plank boven het raam. Ze liet het op zich inwerken, zou ze hier tot rust kunnen komen? Ze draaide zich om en zag nog net een klein stukje van haar geliefde zee. De wolken hadden een gouden randje van de zon net alsof ze wilden zeggen, na regen komt zonneschijn.
Haar donkere krullen dansten om haar hoofd toen ze het terras verder opliep en via de openstaande deuren, het huis binnenkwam. Ze werd verrast door het prachtige interieur, houten vloeren, lichte gordijnen, een uitnodigende bank. De keuken zag er verzorgd uit. “Hallo, is daar iemand?” riep ze. Het bleef te stil naar Manons gevoel. Ze riep zichzelf tot de orde. “Niet zo raar doen’’, zei ze tegen zichzelf, ’’je bent hier veilig.” Ze aarzelde en vroeg zich af wat ze moest doen. Buiten op het terras wachten of naar haar auto terug. De angst die ze soms nog voelde, kwam weer opzetten. Ze voelde zich het veiligst in haar karretje, dan kon ze meteen wegrijden, als het nodig was. Het gouden randje om de wolken was weg, net zoals haar rustige gevoel plaats maakte voor het vertrouwde gevoel van de laatste maanden.
Ze ging in de stoel zitten, automatisch gingen haar gedachten terug naar de afgelopen week. Ze was blij en opgelucht maar ook een beetje verdrietig. Ze begreep het nog niet echt, waarom deed iemand dit en erger nog, waarom je collega, die je blindelings vertrouwde. Had ze er aanleiding voor gegeven? Ze kon het zich niet herinneren. Het was haar spontane aard die haar soms weleens in moeilijkheden bracht maar dat het zoveel ellende kon veroorzaken had ze echt niet verwacht. Het was voor haar normaal dat ze haar collega Hans troostte toen hij het zo moeilijk had met de ziekte van zijn vrouw. Ze kende Nancy natuurlijk ook en had zielsmedelijden met haar. Dat troosten vatte hij anders op dan een collegiale knuffel en daarmee begon de ellende.
Toen ze die avond thuiskwam van kantoor stond er een prachtig boeket voor haar deur. Manon zocht een kaartje, kon geen afzender vinden. Terwijl ze met de bloemen bezig was, ging haar huistelefoon. Ze nam op, riep een paar keer hallo maar toen ze niets hoorde, legde ze de telefoon weer neer. Dat gebeurde die avond wel een paar keer. Ook vroeg in de morgen ging de telefoon, ze liet het gaan. Als iemand haar dringend nodig zou hebben, belden ze wel op haar privé mobiel. Alleen haar familie en goede vrienden hadden dat nummer. Ze ging naar kantoor en wilde haar verhaal vertellen aan Hans maar iets hield haar tegen, hij had het al moeilijk genoeg met Nancy, ze moest hem niet lastig vallen met haar sores.
Langzaam ging het van kwaad tot erger, de bloemen, pakketjes met bonbons, sieraden, boeken, bijna iedere dag kwam er wel iets voor haar. De buren, die de pakjes aanpakten vonden het ook vreemd worden en gingen vragen stellen. Ze vertelde hen wat er aan de hand was. De buurman beloofde extra goed op te letten. Op kantoor werd ze onrustig en Hans had al een paar keer gevraagd wat er toch met haar was. Ze antwoordde alleen maar dat ze het een beetje druk had en vanaf dat moment sloofde hij zich uit met koffie halen en haar wat klusjes uit handen nemen.
Na het werk reed ze naar haar ouders en af en toe dacht ze dat ze twee auto’s achter haar, de zwarte Audi van Hans zag. Ik word gek, dacht ze…Hans, zou hij het zijn die mij steeds lastig valt? Ze zette het van zich af, ze wilde de gezellige avond bij haar ouders niet laten verknallen door aan haar stalker te denken. Op de terugweg had ze hetzelfde unheimische gevoel. In haar spiegels zag ze dat een donkere auto precies dezelfde route reed maar net voor haar huis, afsloeg naar een andere straat.
Het werd steeds erger, ze voelde zich echt niet veilig meer in haar huis. Uiteindelijk besloot ze naar de politie te gaan en aangifte te doen. Die kon niet veel doen, er was geen fysiek geweld. Ze nam zelf het heft in handen door Hans te vertellen dat ze gestalkt werd en naar de politie was geweest. Het risico nam ze op de koop toe.
Die middag ging hij eerder weg van kantoor. Toen ze thuiskwam, stonden de buren op straat. Er had iemand een steen door het raam gegooid en was snel weggereden in een zwarte auto. De maat was vol, ze ging hem aangeven.
De volgende morgen was Hans niet op kantoor, hun chef vertelde dat hij was opgepakt door de politie en nog in de cel zat. Ze vertelde hem het hele verhaal en hij beloofde dat zij, Hans nooit meer hoefde te zien. Als troost bood hij haar een aantal vrije dagen en daardoor zat zij nu hier.
“Stop ” zei ze hardop. ‘Ik ben niet bang, ik heb geen reden meer om bang te zijn.”
” Waar moet ik mee stoppen” hoorde ze een vrolijke mannenstem zeggen. Een blonde god stapt het terras op en stelde zich voor als Ronald, de verhuurder en bouwer van dit krotje, nou ja, voormalig krotje dan. “Het is handig om een kurketrekker in huis te hebben, heb ik gemerkt” zei hij, een fles witte wijn omhoog houdend. “Zullen we de zaken even bespreken met een wijntje?”
Manons angst verdween even snel als het gekomen was en de zon kwam achter de donkere wolken tevoorschijn. Alles zou goed komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *